Hoe trained een ADSL modem in

Het ADSL signaal wordt door de modem of de dSLAM gegenereerd en door de splitter op de telefoonkabel gezet. Voor dit doel worden 256 “tonen” gebruikt, netjes verdeel in toonhoogte tussen de 0 en de 1,1 MHz. De laagste van deze 256 tonen worden niet gebruikt omdat dit normale telefonie in de weg zou zitten. Een deel van de tonen wordt gebruikt voor het upstream verkeer (naar het internet toe), een ander deel voor het downstream verkeer (van het internet af) en sommige tonen worden niet gebruikt. Naarmate de afstand hoger is wordt de sterkte van het signaal minder. Hogere tonen hebben meer last van de verzwakking dan lagere tonen. Hieronder als voorbeeld de opbouw van een willekeurige ADSL verbinding:
Welke tonen er nu wel en welke er nu niet worden gebruikt is afhankelijk van de instellingen van de verbinding en het type verbinding. Bij een ADSL verbinding met een lage capaciteit (zoas 64 up/ 256 download) zullen veel tonen ongebruikt blijven, maar bij een hoge capaciteit zullen zo veel mogelijk tonen worden ingezet. Bij een “wide open” verbinding met maximale capaciteit wordt geprobeerd iedere bit uit een toon te wringen die mogelijk is.

Op het moment dat een ADSL verbinding wordt opgezet “onderhandelen” de modem en de dSLAM in de wijkcentrale over welke tonen er gebruikt worden en hoeveel informatie (bits) er per toon worden verzonden. Dit proces wordt het “trainen” van de verbinding genoemd en duurt normaal twee tot tien seconden. De hoeveelheid bits per toon is afhankelijk van de zogenaamde signaal/ruis verhouding, naar de engelse afkorting SNR (signal to noise ratio) genoemd. De SNR is afhankelijk van de signaalsterkte en van allerlei storende factoren, zoals overspraak, storing door andere (telefoon-, DSL- en elektriciteit-)kabels, slechte splitters etc.

Nu ontstaan er tijdens de overdracht van de informatie altijd fouten. Dit is onvermijdelijk en op zich niet zo erg, want de ADSL verbinding houdt het aantal fouten bij en stuurt een pakketje met informatie opnieuw als ze niet intact over zijn gekomen. De modem aan de kant van de gebruiker houdt bij hoe vaak daar pakketjes zoek raken (wat door een overbelaste NRP kan zijn veroorzaakt), hoeveel er (CRC) foutjes bevatten (wat meestal veroorzaakt wordt door storing op DSL-lijn), welk deel daarvan gecorrigeerd kan worden en hoeveel pakketjes niet meer gecorrigeerd kunnen worden. Als er gedurende een tijdsperiode van 15 minuten teveel pakketjes kwijtraken of niet goed overkomen, dan zal het ingebouwde modem de verbinding verbreken en opnieuw gaan trainen. De veronderstelling van het modem hierbij is dat blijkbaar de SNR zodanig is verslechterd dat opnieuw trainen noodzakelijk is. Bij het trainen wordt de verbinding verbroken. Enige tijd later is de nieuwe verbinding opgebouwd, tot er weer te veel fouten ontstaan, enzovoorts. Het gevolg is een ADSL verbinding die regelmatig zonder direct aanwijsbare verklaring uitvalt. De uitkomsten van de onderhandelingen tussen modem en dSLAM zijn als het ware te kritisch om de verbinding op het ingestelde niveau te handhaven.

Oorzaak is een te slechte SNR voor de (eerder getrainde) hoeveelheid bits die per toon over de lijn moeten worden verzonden. Met 8Mb down en 1 Mb upstreamsnelheid wordt geprobeerd de volledige capaciteit te benutten, waardoor de verbinding erg kritisch wordt. Bij de langzamere verbindingen worden er tonen of een aantal bits per toon ongebruikt gelaten en heeft de verbinding dus wat meer ruimte. Mogelijke oplossingen bestaan uit het verbeteren van de SNR en daarmee het maximaal aantal bits per toon. ()De maximale capaciteit wordt daarmee wel kleiner, maar de verbinding wordt stabieler):

Reactie plaatsen
Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*